7 Bulten rit 2016

7 februari was het eindelijk zover. Na een korte nacht met toch een beetje spanning over wat voor avonturen de tocht zou brengen, ging ik om half 9 op pad. Eerst reed ik richting het tankstation, zodat ik samen met Philip naar Bathmen kon rijden. Dit is overigens niet het tankstation, waar ik hem ontmoette toen hij naar de Noord-Zuid Rit ging. Het weer was nog niet zo best, maar volgens de voorspelling zou het weer opklaren na 9 uur. Ik gooide nog even snel de tank vol en daar kwam Philip al aan op de brommer. Achteraf was de tank volgooien niet het slimste wat ik kon doen bij zo’n rit, maar ja: Beginners foutje zullen we maar zeggen!

Het ritje naar Bathmen was vrij saai: weinig verkeer en eigenlijk best nat. Dit leek al met al best mee te vallen aangezien het slechts een korte rit van 50 km was. We arriveerden op een brink, waar een groot aantal van de leden al bezig was met de motoren van de aanhangers af te halen. Ik was erg verrast over het aantal mensen dat toch nog was gekomen, zelfs waren er mensen die helemaal uit Den Haag waren gekomen. Ook kwam ik er nog achter dat de motor die ik rij, een van de nieuwere is. De meeste van jullie hebben echt ouwe beestjes!

Kennelijk was mijn motor zo nieuw, dat tijdens de inspectie bleek dat ik nog de rubbertjes op de stepjes had zitten. Philip heeft die er snel afgeschroefd. Grappen over de eerste keer en rubbertjes volgenden dan ook al vrij snel. De toon voor de rest van de dag was dan ook alweer gezet.

Na een lekkere kop koffie met appeltaart in Bathmen en iedereen gedag te hebben gezegd, werd er nog even een praatje gehouden over wat de bedoeling was van het grote avontuur. Waar gaan we langs en waar gaan we lunchen? Dat laatste was natuurlijk wel van belang voor de kwaliteit van de rit. De route was rond de 150 km, maar was op enkele punten in te korten voor wie daaraan toe was. Ik wilde mijn eerste rit graag uitrijden. Ik had van tevoren tegen mezelf gezegd: als ik geen pech krijg, ga ik hem hoe dan ook uitrijden!

Helm op, handschoenen aan, alles nog 1 keer checken, en daar gingen we! In het begin reden we met een groep van 7 man sterk. Eerst reden we een stukje over de weg en daarna linksaf de bushbush in. Ik reed achter Reiner op zijn 3AJ en zodra we het zand raakten, besloot hij dit eens van dichterbij bekijken en reed hij met een snoekduik de blubber in. Ik schrok mij een helmpje! Door een beetje af te remmen op de motor en door met de achterrem bij te remmen, kon ik hem net ontwijken. De schrik zat er wel een beetje in, om heel eerlijk te zijn. Als de hele route zo zou gaan, dan wist ik een ding zeker: ik zou na deze dag wel 10 jaar ouder zijn! Al snel herpakte ik me. Door een volgende noodstop op blubber, merkte ik dat mijn ABS nog aan stond. Aan het eind van het pad moesten we hergroeperen, aangezien Reiner en Ekko nog achter waren door een valpartij van eerder. Ik gebruikte die tijd om mijn zadel los te maken, de zekering snel om te wisselen en toen was mijn motor pas echt klaar voor de rit.

Na ongeveer een uur rijden, kwamen we op een soort karrespoor uit met dikke blubber. Ik deed het rustig aan omdat ik onzeker was, kennelijk te rustig, want ik kwam tot stilstand en viel om. Ik kon de motor niet meer houden en die viel in de dikke blubber. Philip heeft me geholpen om de motor op te tillen en na een paar benauwde minuten zat ik weer in het zadel. Het rijden op het zand ging redelijk goed. In het blubber rijden vond ik erg zwaar, omdat de motor ontzettend begon te glibberen. Ik had een heleboel YouTube-filmpjes gekeken en gek genoeg heeft me dat toch een klein beetje geholpen. Vooral de kreet: “Let the bike flow under you” heb ik vaak als een mantra herhaald in mijn hoofd. Met name die kreet heeft me geholpen. Zodra ik ging staan op de stepjes, had ik veel meer gevoel voor de motor. Het mooiste vond ik het gassen op de rechte zandwegen, zodat ik mijn achterwiel voelde dweilen en naar grip voelde zoeken. Wat een machtig prachtig gevoel! Heel even waande ik me als Frans Verhoeven!
????????????????????????????????????

Na 60 kilometer stonden we op de Hellendoornse berg. Iedereen was er uiteraard al, omdat wij niet de snelste waren. Ik gooide mijn motor op de standaard en we waren klaar voor een hapje eten. Ik had berehonger na mijn eerste avontuur. Kennelijk maakt blubber hongerig! Ik was zo slim om de motor op een achterlijke plek neer te zetten, want na het eten kreeg ik hem met geen mogelijkheid uit het dikke grind. Gelukkig was ik na een aantal keer steken weer vrij.

Reiner had besloten om het tweede deel niet mee te rijden. Hij ging lekker nog een toeristische route rijden, die verhard was. (Of lekker een pintje nemen als dessert, maar dat zullen we nooit weten..)

Na deze pauze reden we het bos van Hellendoorn in. Daar kwamen we al snel in aanraking met het Hellendoornse zand: heel, heel, heel, donders mul zand. Dat was niet iets waar ik wat mee heb, want ik was behoorlijk aan het stunten. Dit kwam ten goede aan mijn publiek: Oude mensen op een bankje die applaudisseerden voor mijn heldhaftige trucs (toch nog een beetje á la Frans). Toen het zand weer vaster werd, kon ik weer wat snelheid maken en de rest bijhouden.

Een poos later in een mooie lange eikenlaan had ik een mooie snelheid. Na een paar honderd meter zat een enorm dikke kuil in de weg, die ik niet meer kon ontwijken. Ik ging er vol in en kopte mijn verhoogde ruitje (nee, niet á la Frans, maar wel á la Reiner). Mijn zonnevizier knapte af en schampte mijn voorhoofd. Gelukkig had ik verder geen schade.

Al met al was het een van de grootste avonturen, die ik heb gehad op de motor. Het is me goed bevallen. Ik was altijd te porren voor een rit op de Harley, maar dit is pas het echte werk!

Pieter Jan

 

Tot slot nog een kleine impressie van de rit met het camera werk van Ko.